Chat with us, powered by LiveChat

Vraag:

Er is een opmaak van het testament te vinden op sommige internetsites en ik wil weten of dit voorschreven is in de Shariecah (Islamitische wetgeving). Heeft u een bepaalde opmaak voor (het opstellen van) een testament?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Al-Boekhaarie en Moeslim overleverden van cAbdoellaah ibn cOmar dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Het is niet gepast voor een moslim dat hij twee nachten doorbrengt en hij iets heeft dat hij in zijn testament wil opnemen, zonder dat zijn testament geschreven en bij hem is.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Imam an-Nawawie zei: “In deze Hadieth is er een aanmoediging voor het opstellen van een testament, en de moslims zijn het er unaniem over eens dat dit voorgeschreven is. Maar onze mening en de mening van de meerderheid is dat het aanbevolen is en niet verplicht. Daawoed en andere letterkundigen zeiden: “Het (opstellen van een testament) is verplicht vanwege deze overlevering.” Maar zij hebben (voor deze bewering) geen bewijzen. Het is (in de overlevering) niet duidelijk vermeld dat het verplicht is, maar als een persoon een schuld heeft of iets verschuldigd is of er is iets bij hem in bewaring gebracht e.d., dan dient hij hiervoor (in zijn testament) instructies achter te laten.

Imam ash-Shaaficie zei: “De betekenis van de Hadieth is: Het is beter voor de moslim om zijn testament geschreven bij hem te hebben, en het is aanbevolen (Moestahab) om dit zo snel mogelijk te doen. En om het op te schrijven wanneer hij in goede gezondheid verkeert en er getuigen van te hebben. Hij dient de zaken erin te schrijven die hij behoeft en als er iets nieuws is dat moet worden opgenomen in het testament, dan voegt hij dat eraan toe.” Zij zeiden: “Hij hoeft niet elke dag de kleine zaken en transacties die dagelijks kunnen plaatsvinden op te schrijven (in zijn testament).” Einde citaat.

Er zijn twee soorten testamenten:

1.     Het verplichte testament waarin een persoon uitlegt wat hij verschuldigd is en wat aan hem verschuldigd is aan rechten. Zoals een (geld)schuld, lening, voorwerpen die aan hem toevertrouwd zijn, of rechten die hij verschuldigd is bij andere mensen. In dit geval is het (opstellen van een) testament een verplichting om zo zijn bezit te beschermen en om hemzelf vrij te stellen van verantwoordelijkheid.

2.     Het aanbevolen testament dat op vrijwillige basis (wordt samengesteld). Zoals een testament waarin een persoon een derde of minder van zijn rijkdom nalaat aan een familielid dat geen erfgenaam is of aan iemand anders. Of een testament waarin instructies worden gegeven met betrekking tot de goede daden van het uitgeven van liefdadigheid aan armen of andere goede doelen.

(Fataawa al-Ladjnat ud-Daa’imah, boekdeel 16, blz. 264)

Een persoon kan (in zijn testament) instructies aan zijn familie geven met betrekking tot de zaken die te maken hebben met zijn begrafenis. Zoals wie hem gaat wassen, wie voor hem gaat bidden, etc. Hij kan ze ook (in zijn testament) adviseren om afstand te houden van de geïnnoveerde zaken (Bidac), vooral als hij weet dat ze in sommige (Bidac) kunnen vervallen.

En wat hierop wijst is de overlevering die door Moeslim verhaald is waarin cAmr ibn ul-cAas stervende was en zei: “Als ik sterf, laat geen vrouw voor mijweeklagen of een vuur mij begeleiden (tijdens de begrafenis).”

(Moeslim)

At-Tirmidhie en Ibn Maadjah overleverden dat Hoedhayfah ibn ul-Yamaan zei: “Als ik sterf, informeer dan niemand hierover. Want waarlijk, ik ben bang dat het een openbare overlijdensbericht wordt. Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem)zeggen dat hij het maken van openbare overlijdensberichten verbood (wanneer gevreesd wordt voor geweeklaag en geschreeuw, red.).”

(Sahieh at-Tirmidhie, Hasan verklaard door al-Albaanie)

Ahmad overleverde dat Aboe Hoerayrah zei: “Als ik sterf, ga geen tent over mij opzetten en volg mij (bij de uitvaart) niet met vuur. Haast jullie om mij naar mijn Heer te sturen, want ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: “Wanneer de dienaar of vrome man op zijn lijkdrager wordt gelegd, zegt hij: “Breng me vooruit, breng me vooruit.” Maar als de slechte man op zijn lijkdrager wordt gelegd, zegt hij: “O wee jullie, waar brengen jullie mij naar toe.”

(Ahmad, Hasan verklaard door Shoecayb al-Arnacoet in ‘Tahqieq al-Moesnad)

Al-Haakim overleverde in al-Moestadrak dat Qays ibn cAasim instructies achterliet voordat hij stierf door te zeggen: “Als ik sterf, ga niet over mij weeklagen (jammeren), want voor de Profeet (vrede zij met hem) is ook niet geweeklaagd (na zijn dood).”

(al-Haakim)

Al-Haakim zei: “Dit is een Hadieth met een Sahieh (authentieke) Isnaad (keten van overleveraars), ondanks dat zij (Imam al-Boekhaarie en Imam Moeslim) hem niet overleverde.” Adh-Dhahabie zei in at-Talkhies: “Het is Sahieh.”

Uit deze en andere overleveringen blijkt dat het voorgeschreven is om een testament op te stellen met betrekking tot bepaalde zaken die te maken hebben met de begrafenis, of het waarschuwen tegen het weeklagen (jammeren), enzovoort.

Maar er is geen specifieke bewoording (of opmaak) van het testament waaraan een persoon zich moet houden. Maar hij kan daarentegen instructies (in zijn testament) achterlaten die passen bij zijn situatie of de situatie van zijn familie. En die betrekking hebben op wat hij verschuldigd is en wat aan hem verschuldigd is, zoals hierboven vermeld.

Waar het om gaat is dat men niet moet geloven dat er maar een bepaalde specifieke bewoording (of opmaak) van het testament is die overgeleverd is, en die je moet gebruiken.

Het Staande Comité voor het uitgeven Fatwa’s werd gevraagd over een testament dat in een pamflet verschijnt (met als titel) ‘Dit is mijn Islamitische testament.’

Zij antwoordden: “Na het lezen van het genoemde testament, hebben we niets gevonden dat in strijd is met de Shariecah. Maar het testament op een specifieke manier bewoorden (of opmaken) en dit onder de mensen verspreiden, geeft de indruk dat het voor ieder individu aanbevolen is om in zijn testament te vermelden wat erin staat. Of het kan de indruk wekken dat het verworven en overhandigd moet worden aan degene die de zorg krijgt overde (materiële) zaken van de overledene. Hier is geen behoefte aan, omdat de regelgevingenomtrent de begrafenis(die ook over het testament gaan) te vinden zijn in boeken van Fiqh (jurisprudentie). En degene die ze wil kennen, kan deze boeken raadplegen zonder dat hij een specifieke bewoording (voor zijn testament) hoeft aan te houden…”

(Fataawa al-Ladjnat ud-Daa’imah, boekdeel 16, blz. 289)

En Allah weet het het beste.

Islamqa.com

Bronvermelding: www.al-yaqeen.com